GGZ

Vanmiddag met Emiel naar het GGZ geweest. “Onze” psycholoog had Emiel al een tijdje niet gezien ( logisch, we kregen toch ouderbegeleiding??) en hij vond het tijd om weer eens met eigen ogen te zien hoe het nu gaat. Op zoiets moet je de jongen dus ruim van te voren voorbereiden, anders gaat het zeker fout op zo’n dag.
Gelukkig had hij nogal wat afleiding vandaag, want het was ook sportdag op school. De kinderen mochten om half 1 opgehaald worden, dan was het programma afgelopen.
Om 11 uur ging de telefoon.
Met de juf van school… u kunt de kinderen nu op komen halen, ze zijn allemaal tot op het bot natgeregend, en vooral uw jongens hebben het erg koud.
Pardon??? Was er geen aangepast programma dan??
Nee… en omdat ze nu zo koud en nat zijn, lijkt het ons beter als ze naar huis gaan.
Fijn dan.
En idd… 3 tot op hun onderbroek zeiknatte koters opgehaald, die meteen door konden lopen voor een hete douche. Ik hoop er maar het beste van morgen…
Maar hiermee was Emiel dus veeeeel eerder thuis dan gepland. En dan is de volgende aktiviteit: het gesprekje met die meneer!!
Hij was superzenuwachtig en dat hebben we geweten. Femke heeft zijn tanden nog in haar rug staan
Het gesprekje op zich stelde niet eens zoveel voor.
Slaap je goed?? Nee, ik kan niet slapen..( als hij voor half 11 slaapt is het een wonder)
Heb je vaak ruzie?? Ja, met iedereen ( en is daar de laatste tijd ook nog agressief bij)
Met wie heb je het meeste ruzie?? Met zijn grote zus dus ( die lekker aan het voor-puberen is)
Gaat het goed op school?? Ja, vorige week kreeg ik een sticker ( Juf heeft hem 1 dag niet een keer tot de orde hoeven schreeuwen, en hij krijgt op bijna alle vakken “bijles”)
En meer van dat soort vragen.
Hij bleef wel keurig op zijn stoel zitten, dat viel me echt op!!
Gelukkig had “de meneer” wel in de gaten dat het slechter met Emiel ging dan hij wilde laten geloven.
As maandag wordt “Emiel” binnen het team besproken, en wordt er gekeken naar eventuele andere mogelijkheden voor Emiel buiten de zo nodige toestemming van zijn vader om. Ook wordt hij binnenkort opnieuw onderzocht door een psychiater. En er wordt gekeken naar medicijnen om hem eerder te laten slapen. ’s Winters is het al een ramp, maar nu het zo lang licht blijft helemaal….

19 thoughts on “GGZ

  1. het klinkt me heel ellendig en heel zwaar voor jullie in de oren..vooral om dat je nog een aantal mensen hebt die je aandacht willen….. kan me voorstellen dat je t idee krijgt tegen een muur op te lopen als t je ex aangaat, gelukkig voor je zoon zit je nu in de “molen” en openen er zich een aantal deuren, ik wens je heel veel sterkte toe en probeer ook een beetje op jezelf te passen.. veel liefs van mij

  2. medycen om teslapen kun jezelf overal kopen is een natuurprodukt met enzymen die onze slaap hormoon aan maakt gebruikt mirjams s’winters ook zomer heb wij geen probleem mee

  3. Daar word je niet vrolijk van allemaal, ๐Ÿ™ ,
    maar hopelijk worden de lichtpuntjes langzaamaan wat groter en kun je weer wat meer lucht krijgen.Toi Toi Toi
    Sterkte

  4. lichttherapie?
    kamer prikelarm?
    accepteren dat het geen ochtend mens maar nachtbeest is? 8) want dat doen wij eigelijk ken je lijst nva medcynen ook?
    want daar zit geen slaap bij!

  5. hier folder ;-))
    Inhoudsopgave
    Vooraf
    Wanneer medicijngebruik?
    U beslist!
    Algemene informatie over medicijngebruik
    Signaleren van bijwerkingen
    Onverwachte effecten
    Paradoxale effecten
    Dubbelzijdige effecten
    Lange termijn effecten
    Medicijnen gebruikt voor problemen bij autisme
    Inleiding
    7.1 Middelen die van oudsher tegen psychose worden gebruikt
    7.2 Middelen die van oudsher tegen depressie worden gebruikt
    Anti-depressiva
    Lithium
    7.3 Middelen tegen epilepsie
    7.4 Middelen met een, bij autisme, andere dan de oorspronkelijk bedoelde werking
    Beta-blokkers
    Clonidine
    7.5 Overige groepen medicijnen
    Vitamine B6 en magnesium
    Methylfenidaat
    Benzodiazepines
    Samenvatting
    Bronnen
    Lijst van medicijnen die gebruikt worden bij autisme
    1. Vooraf
    Deze brochure is geschreven voor ouders van kinderen met autisme of verwante contactstoornissen. Verschillende soorten gedrag kunnen bij autisme problemen geven. Hierbij kunt u denken aan slaapproblemen, teruggetrokken gedrag en agressief gedrag. Deze kunnen voor uw kind en voor uw gezin tot een belastende situatie leiden of de ontwikkeling van uw kind verhinderen. Medicijnen kunnen autisme niet genezen, maar soms wel de bijkomende (gedrags)problemen verminderen. Waar in de brochure ‘autisme’ staat, kunt u ook lezen ‘verwante contactstoornissen’.

    U als ouder kunt dan voor de keuze komen te staan om uw kind wel of niet medicijnen te geven. Om deze beslissing te kunnen nemen, moet u eerst op de hoogte zijn van de voor- en nadelen van medicijnen.

    In deze brochure kunt u iets lezen over medicijngebruik bij autisme en een aantal aspecten die hierbij van belang zijn. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van verschillende medicijnen die kunnen worden voorgeschreven bij autisme. Hierin kunt u iets vinden over medicijnen die voor uw kind van belang (kunnen) zijn.

    2. Wanneer medicijngebruik?
    Naast de “kernsymptomen” van autisme:

    Problemen in de wederkerigheid van sociale contacten
    communicatieproblemen
    problemen in samenhang met rigiditeit en stereotypiexebn
    (zie ook de NVA voorlichtingsbrochure ‘Autistische Stoornissen’), kunnen er bij autisme verschillende (gedrags)problemen optreden, bijvoorbeeld: slaapproblemen, dwangmatigheid, overbeweeglijkheid, zelfverwonding, teruggetrokken gedrag, concentratieproblemen, angst, eetproblemen, onvoorspelbare woede en agressie.

    De (gedrags)problemen kunnen meer of minder ernstig zijn en van korte of lange duur. Al zijn sommige (gedrags)problemen slechts een korte periode aanwezig, toch kunnen ze voor uw kind en uw gezin een belasting zijn of de ontwikkeling van uw kind verhinderen. Medicijnen kunnen dan de situatie verbeteren, door deze (gedrags)problemen te verminderen. Als gevolg hiervan kan het sociale contact met uw kind verbeteren, zodat meer resultaat te bereiken is met bijvoorbeeld hometraining en onderwijs.

    U moet als ouder echter altijd voor ogen houden dat er bij medicijngebruik geen sprake zal zijn van genezing van autisme, maar slechts van vermindering van de (gedrags)problemen. Medicijnen kunnen bovendien bijwerkingen veroorzaken. De meeste bijwerkingen zijn mild, maar soms kunnen bijwerkingen ook ernstig zijn. Ouders vestigen vaak veel hoop op de medicijnen. Wanneer het doel dan niet wordt bereikt, is de teleurstelling erg groot.

    3. U beslist!
    Het kan zijn dat de arts u voorstelt om uw kind medicijnen te laten gebruiken. Hij/zij zal dit doen naar aanleiding van wat u over uw kind vertelt of naar aanleiding van wat de arts zelf constateert. Wanneer er door xe9xe9n of meerdere (gedrags)problemen een moeilijke situatie is ontstaan voor u en uw kind, kunt u ook zelf vragen om medicijnen.

    De arts zal u vervolgens volledig op de hoogte moeten brengen van de voor- en nadelen van het medicijn. Het kan namelijk voorkomen dat medicijnen niet het gewenste resultaat geven. U als ouder kunt ervoor zorgen dat u over alle effecten die het medicijn kan hebben, gexefnformeerd bent. Verderop in de tekst worden deze effecten behandeld.

    Het is belangrijk dat u weet dat u als ouder uiteindelijk beslist wat er gaat gebeuren. U bepaalt of uw kind wel of niet medicijnen zal gaan gebruiken en wanneer uw kind hiermee zal stoppen of zal doorgaan. De arts geeft informatie, u beslist!

    4. Algemene informatie over medicijngebruik
    Als uw kind met autisme medicijnen gebruikt, moet u als ouder de instructies van de arts goed opvolgen. Het is moeilijk voor de arts om te bepalen bij welke dosis van het medicijn een kind het best reageert. Autistische kinderen reageren daarnaast erg verschillend op medicijnen. Daarom moet de dosis voor ieder kind, en dus ook voor uw kind, zorgvuldig worden vastgesteld.

    In het begin moet bij de meeste medicijnen de dosis langzaam worden opgebouwd. Dit wordt insluipen genoemd en betekent dat met een (te) lage dosis begonnen wordt. De kans op bijwerkingen wordt door insluipen kleiner. Als er toch bijwerkingen zijn, is het belangrijk om de arts op de hoogte te brengen. In overleg kan dan worden besloten om de behandeling voort te zetten, aan te passen of te stoppen.

    Wanneer wordt besloten met de behandeling door te gaan, moet naar een dosis worden gezocht die het beste is voor het kind. Veranderingen en aanpassingen moeten stap voor stap worden doorgevoerd. Na elke stap moet er een tijd worden gewacht. Het verschil in werking is anders niet duidelijk merkbaar. Aan de hand van veranderingen bij uw kind bepaalt u samen met de arts of de dosis hetzelfde blijft, moet worden aangepast of dat de behandeling moet worden gestopt.

    Een medicijn werkt het best, wanneer het op vaste tijdstippen wordt ingenomen. Twee belangrijke redenen hiervoor zijn:

    Voorkomen dat het medicijn in te grote hoeveelheden in het lichaam voorkomt, waardoor bijwerkingen kunnen optreden.
    Voorkomen dat het medicijn in te kleine hoeveelheden in het lichaam voorkomt, waardoor het medicijn niet werkt.
    Medicijnen moeten over het algemeen worden ingenomen met water of voedsel. Door deze instructie op te volgen, wordt het medicijn beter door het lichaam opgenomen. Het is daarom belangrijk dat u altijd de bijsluiter van een medicijn leest.

    Medicijnen worden voornamelijk onderzocht bij gezonde volwassenen. Bij groepen mensen die de grootste kans hebben op bijwerkingen, worden de medicijnen echter niet of nauwelijks onderzocht. Deze groepen zijn: kinderen tot zes jaar, bejaarden en gehandicapten.

    Dit betekent dat het medicijn dat uw kind gebruikt, niet of nauwelijks op mensen met autisme is getest. Daardoor kunnen er ook bijwerkingen optreden die niet in de bijsluiter vermeld staan.

    Het kan voorkomen dat kinderen met autisme meerdere medicijnen tegelijk voorgeschreven krijgen. Een kind kan bijvoorbeeld naast medicijnen tegen agressie, ook medicijnen tegen astma-aanvallen gebruiken. Bijwerkingen kunnen dan het gevolg zijn van de combinatie van deze medicijnen. Zo kan de werking van het ene medicijn versterkt worden door het andere. Een lagere dosis van het eerste medicijn kan dan nodig zijn. Het is daarom belangrijk dat u de behandelend arts (en ook de huisarts) vertelt dat uw kind al medicijnen gebruikt. De arts kan daar vervolgens rekening mee houden.

    Zolang uw kind medicijnen gebruikt, moet het regelmatig gecontroleerd worden door de huisarts of specialist. Tijdens deze bezoeken moeten de voor- en nadelen van het medicijngebruik telkens tegen elkaar worden afgewogen: medicijngebruik mag nooit vanzelfsprekend worden.

    Wanneer een kind al geruime tijd een medicijn gebruikt, kan het zijn dat stoppen zinvol is. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het kind niet meer reageert op het medicijn, of om te kijken of het kind het medicijn nog wel nodig heeft. Meestal moet het medicijngebruik dan langzaam worden afgebouwd. Dit wordt uitsluipen genoemd. Hierdoor wordt de kans dat het kind terugvalt in het oude gedrag of ontwenningsverschijnselen krijgt, kleiner. Bij sommige medicijnen is uitsluipen niet nodig en kan er direct gestopt worden met het medicijn.

    5. Signaleren van bijwerkingen
    In de vorige hoofdstukken heeft u kunnen lezen dat medicijnen soms bijwerkingen hebben. Om de schade van deze bijwerkingen zoveel mogelijk te beperken, is het belangrijk dat deze snel worden opgemerkt. Het kan voor u als ouder daarom handig zijn om een dagboek bij te houden.

    In een dagboek kunt u het gedrag van uw kind dagelijks bijhouden. Het is belangrijk dat u hiermee begint voordat uw kind de medicijnen gaat gebruiken en dat u hiermee doorgaat, ook wanneer de dosis wordt verhoogd of verlaagd. U kunt op deze manier altijd nagaan of er veranderingen in het gedrag van uw kind optreden en of deze het gevolg zijn van het medicijngebruik.

    Wanneer u merkt dat er bij uw kind bijwerkingen optreden, is het verstandig contact op te nemen met uw arts. In overleg kan de behandeling dan worden aangepast of gestopt. Het kan ook zijn dat bijwerkingen van korte duur zijn en dus weer overgaan. Toch kan er gedurende die periode een, voor uw kind of voor uw gezin, belastende situatie ontstaan. U kunt dan altijd, na overleg met de arts, beslissen de behandeling aan te passen of te stoppen. U als ouder heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de beste behandeling voor uw kind!

    6. Onverwachte effecten
    Bij veel mensen met autisme werken bepaalde chemische stoffen in de hersenen anders dan bij mensen zonder autisme. (De werking van deze stoffen wordt verderop in deze brochure uitgelegd.) Mensen met autisme kunnen daardoor anders reageren op gebruikte medicijnen dan verwacht wordt. Zo kan het gebeuren dat iemand met autisme totaal ongevoelig blijkt voor een dosis waar iemand anders van buiten westen raakt.

    Hieronder worden nog enkele onverwachte effecten besproken. Bij ieder effect wordt een voorbeeld gegeven.

    Paradoxale effecten
    Veel mensen met autisme kunnen paradoxaal reageren op een voorgeschreven medicijn. Dit wil zeggen dat het effect van het medicijn tegengesteld is aan wat er verwacht wordt.
    Voorbeeld: Jan heeft last van angstaanvallen en slaapproblemen. Om Jan te kalmeren schrijft de arts Diazepamxae voor. Maar in plaats van rustig te worden, wordt Jan juist opgewonden en agressief. Het medicijn werkt bij Jan paradoxaal.
    Dubbelzijdige effecten
    Een medicijn wordt vaak voorgeschreven om een bepaald (gedrags)probleem te verminderen. Het is mogelijk dat het (gedrags)probleem inderdaad vermindert, maar dat tegelijkertijd een ander probleem wordt verergerd of ontstaat.
    Voorbeeld: Janine heeft regelmatig last van ernstige epileptische aanvallen. Hiervoor wordt Depakinexae voorgeschreven. De epileptische aanvallen komen daardoor minder vaak voor, maar Janine is nu wel overactief, meer prikkelbaar en heeft last van slapeloosheid. Het medicijn heeft bij Janine een dubbelzijdig effect.
    Lange termijn effecten
    Er zijn twee soorten lange termijn effecten. Ten eerste kunnen er na langdurig medicijngebruik plotseling ernstige bijwerkingen optreden. Ten tweede kan het gebeuren dat het kind minder goed gaat reageren op het medicijn.
    Voorbeeld 1: Joop is erg in zichzelf getrokken. Hij zit vaak urenlang in een hoekje op een zonnebril te tikken. Het is moeilijk met Joop contact te maken. Er wordt besloten Joop Orapxae te geven om hem uit zijn isolement te halen. De eerste tijd werkt het medicijn uitstekend en het gedrag van Joop verbetert sterk. Na 2 jaar begint Joop steeds vaker rare bewegingen te maken, vooral met mond, kaken en tong. Dit noemt men tardieve dyskinesie. De behandeling met Orapxae wordt gestopt. Pas na enkele maanden beginnen de bewegingen bij Joop te verdwijnen.
    Voorbeeld 2: Frank is erg prikkelbaar, hij reageert sterk op geluiden en is soms erg agressief. De arts schrijft Clonidinexae voor. Dit medicijn zorgt ervoor dat Frank minder prikkelbaar is. Daardoor is hij minder agressief en hebben zijn ouders beter contact met hem. Na vier maanden lijkt Frank weer terug te vallen in zijn oude gedrag: Frank is minder gevoelig geworden voor Clonidinexae. Dit wordt tolerantie genoemd.
    De effecten die hier aan bod zijn gekomen, kunnen optreden bij medicijn gebruik. Dat wil niet zeggen dat het werkelijk zal gebeuren. De kans op xe9xe9n van deze effecten is zeer afhankelijk van het medicijn, de gebruikte dosis en het kind. Uw arts kan u vertellen welke bijwerkingen kunnen optreden bij een bepaald medicijn en hoe groot de kans daarop is. Het is heel belangrijk dat u als ouder zowel de positieve als de negatieve effecten van het medicijn kent. Pas dan kunt u goed beslissen of u wel of niet wilt dat uw kind een bepaald medicijn gaat gebruiken.
    7. Medicijnen gebruikt voor problemen bij autisme
    Inleiding
    De medicijnen, die bij autisme worden voorgeschreven, bexefnvloeden de werking van de hersenen. De hersenen bestaan uit miljarden cellen die met elkaar communiceren door middel van vertakkingen. Deze vertakkingen raken elkaar niet. Berichten worden daarom uiteindelijk overgebracht van de ene cel naar de andere, met behulp van chemische boodschappers.

    Een vergelijking kan dit misschien verduidelijken: stelt u zich een zee voor met daarin vele kleine eilandjes (de hersencellen). Deze eilandjes hebben aan alle kanten een lange pier (een vertakking). Tussen de pieren van de verschillende eilandjes varen boten heen en weer om mensen (berichten) over te zetten. In de hersenen zijn de chemische boodschappers die boten.

    Bij autisme verloopt de overdracht van berichten, door middel van deze chemische boodschappers, niet altijd zoals het hoort. De meeste medicijnen die gebruikt worden bij autisme zijn bedoeld om deze overdracht te verbeteren.

    Aangezien er verschillende typen chemische boodschappers zijn (bijv. serotonine, dopamine en noradrenaline), zijn er verschillende typen medicijnen die gebruikt kunnen worden. In het volgende deel worden deze verschillende typen medicijnen besproken. Hierin wordt aangegeven voor welke (gedrags)problemen de medicijnen gebruikt worden en wat de bijwerkingen ervan kunnen zijn. Ook wordt algemene informatie gegeven over de typen medicijnen. De in dit hoofdstuk gegeven informatie is niet helemaal volledig. Het is dan ook bedoeld als leidraad in de medicijnwereld die hoort bij autisme.

    Bij de bijwerkingen worden naast de veel voorkomende, ook een aantal zeldzame bijwerkingen vermeld, omdat deze ernstig zijn. Veel bijwerkingen van medicijnen verdwijnen in de loop van de behandeling. Dit geldt vooral voor bijwerkingen die kort na de start van de behandeling optreden. Slechts enkele bijwerkingen die genoemd worden, verdwijnen niet direct na het stoppen van het medicijngebruik.

    Achterin deze brochure kunt u een lijst vinden met daarin vermeld de merknamen van medicijnen, de bijbehorende stofnamen en de namen van de typen medicijnen waar ze bij horen. De merknaam is de naam waaronder het medicijn door een farmaceutisch bedrijf gemaakt wordt, bijvoorbeeld Haldolxae. De stofnaam is de naam van de stof die zorgt voor de werking van het medicijn. Bij Haldolxae is dat Haloperidol. De typen medicijnen komen in onderstaand verhaal aan bod. In de lijst achterin deze brochure kunt u opzoeken van welk type het medicijn is, waarover u iets wilt weten.

    7.1 Middelen die van oudsher tegen psychose worden gebruikt – (neuroleptica/antipsychotica)
    Worden bij kinderen met autisme gebruikt bij:
    Opwinding en onrust (agitatie)
    Agressie
    Angst
    Rusteloosheid en overbeweeglijkheid (akathisie)
    Tics (vooral ernstige)
    Stereotiep gedrag
    Teruggetrokken gedrag en negativisme (emotieloos, zich afsluiten)
    Moeilijk leren
    Zelfverwonding
    Algemeen
    Middelen die van oudsher tegen psychose worden gebruikt, verminderen de werking van de chemische boodschapper dopamine in de hersenen. Waarschijnlijk nemen hierdoor de bovengenoemde problemen af. Het wordt dan makkelijker om met autistische kinderen, die deze medicijnen gebruiken om te gaan. Bovendien wordt het eenvoudiger om hen dingen te leren en om hen deel te laten nemen aan andere vormen van therapie. Veel gebruikte medicijnen zijn Haldolxae, Orapxae en Dipiperonxae.

    Bijwerkingen
    Van alle medicijnen die gebruikt worden bij autisme, zijn de middelen die van oudsher tegen psychose worden gebruikt, het meest onderzocht bij mensen met autisme. Deze medicijnen werken het best vergeleken met andere medicijnen. De medicijnen veroorzaken bij lage dosis niet of nauwelijks bijwerkingen. Bij hoge dosis daarentegen kunnen ze ernstige bijwerkingen veroorzaken. Vanwege deze ernstige bijwerkingen worden deze medicijnen zo min mogelijk gebruikt. De bijwerkingen kunnen optreden op korte of lange termijn.

    Op korte termijn zijn veel voorkomende bijwerkingen:
    Sufheid en slaperigheid
    Droge mond
    Moeite hebben met het snel scherpstellen van de ogen (accomodatiestoornissen)
    toename van het gewicht
    verstopping (obstipatie).
    Ook kunnen bewegingsstoornissen optreden, dit noemt men extrapyramidale bijwerkingen. Hieronder vallen:
    Parkinsonisme: trillen, spierstijfheid en verminderd vermogen tot bewegen;
    Akathisie: onbedwingbare rusteloosheid en bewegingsdrang;
    Dyskinesie: optreden van vreemde nekbewegingen en spasmen van de tong.
    Om deze extrapyramidale bijwerkingen te bestrijden worden Anti-Parkinsonmiddelen gebruikt. Dit gaat wel ten koste van de werking.

    Op de lange termijn veel voorkomende bijwerkingen:
    Op lange termijn en na afloop van de behandeling treden in 25% van de gevallen onvrijwillige bewegingen op van onder andere mond, kaken en tong (tardieve dyskinesie). Deze bewegingen verdwijnen weer na verloop van tijd. Het kan echter enkele jaren duren, voordat de tardieve dyskinesie compleet verdwenen is. In eerste instantie kunnen de bewegingen zelfs toenemen. Wanneer tardieve dyskinesie wordt geconstateerd, mogen absoluut geen Anti-Parkinsonmiddelen worden gebruikt. Dit zou namelijk de tardieve dyskinesie kunnen verergeren.

    Verder zijn er meer zeldzame bijwerkingen bekend, zoals irritatie van de huid, afwijkingen van het bloed en beschadiging van de lever.

    7.2 Middelen die van oudsher tegen depressie worden gebruikt
    Anti-depressiva
    Worden bij mensen met autisme voorgeschreven bij:
    Dwanghandelingen en dwanggedachten
    Depressie
    Agressief gedrag
    Angst en angstaanvallen
    Slaapstoornissen
    Dagschommelingen in stemming
    Verminderde eetlust
    Broekplassen (enuresis)
    Algemeen
    Er bestaan twee soorten anti-depressiva: klassieke anti-depressiva en specifieke serotonine heropname remmers. De klassieke anti-depressiva bexefnvloeden meerdere chemische boodschappers met als resultaat een verminderde hoeveelheid van deze boodschappers in het lichaam. Naast het gebruik van deze medicijnen bij depressie, worden ze soms ook gebruikt bij broekplassen (enuresis). Dit gebeurt echter alleen als veiligere en betere methoden niet werken (bijv. de plaswekker). Voorbeelden van klassieke anti-depressiva zijn Pertofranxae en Amitriptylinexae.

    Specifieke serotonine heropname remmers verlagen de hoeveelheid van de chemische boodschapper serotonine in het bloed. Ze worden gebruikt, omdat bij ongeveer xe9xe9nderde van de mensen met autisme meer van deze chemische boodschapper is aangetroffen, dan bij andere mensen. Voorbeelden van deze specifieke serotonine heropname remmers zijn Prozacxae en Anafranilxae. De meeste anti-depressiva beginnen pas twee xe0 drie weken na de start van het medicijngebruik te werken. Wanneer er wordt besloten te stoppen met het medicijn, is het belangrijk uit te sluipen.

    Bijwerkingen
    Bij gebruik van een lage dosis zijn de eventuele bijwerkingen meestal niet ernstig. Te denken valt aan: moeheid, duizeligheid, droge mond, hoofdpijn, wazig zien, trillen, zweten en maagdarmklachten. Als opgewondenheid en erge onrust optreedt, moet in overleg met de arts de dosis worden verlaagd of moet de behandeling worden gestopt. Wanneer deze medicijnen in hoge dosis worden gebruikt, wat vaak het geval is, kunnen er effecten zijn op de werking van hart en bloedvaten, zoals een versnelde hartslag en veranderingen van de bloeddruk. Voordat besloten wordt anti-depressiva te gebruiken, wordt daarom altijd eerst een ECG gemaakt. Dit is een registratie van de werking van het hart. Ook tijdens de behandeling moet regelmatig de bloeddruk en hartslag gemeten worden. Een bijwerking die in zeldzame gevallen voorkomt, is het optreden van epileptische aanvallen. Wanneer deze bijwerking optreedt, moet worden gestopt met het gebruik van het medicijn.

    Lithium
    Wordt gebruikt bij:

    Ernstige stemmingswisselingen
    Ernstig agressief gedrag
    Algemeen
    De ene mens is gevoeliger voor lithium dan de andere. Het is daarom erg belangrijk dat voor iedereen de beste dosis heel nauwkeurig wordt vastgesteld. Dit gebeurt door regelmatig bloed te prikken, zodat de hoeveelheid lithium in het bloed gecontroleerd kan worden. Belangrijk hierbij is dat de dosis niet te hoog wordt, omdat lithium al snel giftig is. Lithium wordt daarom zelden gebruikt bij autisme.

    Bijwerkingen
    Bij een lage dosis komen maar weinig bijwerkingen voor. Bij hogere doseringen zijn voorkomende bijwerkingen: trillende handen, dorst, droge mond, vaker moeten plassen en gebrek aan eetlust. Verder kan soms misselijkheid, hoofdpijn, maagdarmklachten en gewichtstoename optreden. Wanneer diarree, braken, spierzwakte, sufheid of coxf6rdinatiestoornissen optreden, kan er sprake zijn van vergiftiging.
    7.3 Middelen tegen epilepsie – (anti-epileptica)
    Worden bij mensen met autisme voorgeschreven bij:

    Epileptische aanvallen
    Herhalende stemmingswisselingen
    Broekplassen (enuresis)
    Algemeen
    Anti-epileptica zijn medicijnen die gebruikt worden om epileptische aanvallen te onderdrukken. Een aantal anti-epileptica (Clonazepamxae en Fenytoxefnexae) kunnen een negatief effect hebben op het gedrag van mensen met autisme. In zeldzame gevallen kunnen deze medicijnen paradoxaal werken: het aantal epileptische aanvallen neemt toe. Clonazepamxae hoort eigenlijk bij de groep ‘middelen met een rustgevende werking’ (zie volgende groep medicijnen), maar wordt voornamelijk gebruikt als anti-epilepticum. Als anti-epileptica samen met andere medicijnen worden gebruikt, kunnen ze elkaars werking bexefnvloeden. De gebruikte medicijnen kunnen daardoor minder werkzaam zijn. Er kunnen echter ook meer bijwerkingen optreden.

    Bijwerkingen
    Duizeligheid, droge mond, hoofdpijn, sufheid, maagdarmstoornissen en geheugenstoornissen.
    7.4 Middelen met een, bij autisme, andere dan de oorspronkelijk bedoelde werking
    Beta-blokkers en clonidine hebben qua werking niets met elkaar gemeen. Wel geldt voor deze medicijnen dat ze beide bij autisme voor iets heel anders gebruikt worden, dan waarvoor ze oorspronkelijk bedoeld zijn. Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar dit specifieke gebruik van deze medicijnen, waardoor er minder bekend is over de effecten op mensen met autisme. Toch worden ze gebruikt, omdat ze positief blijken te werken op bepaalde (gedrags)problemen bij autisme.

    Beta-blokkers
    Kunnen worden voorgeschreven bij:

    Agressief gedrag en woede aanvallen
    Stress (en gespannenheid)
    Angstaanvallen (als benzodiazepines niet werken)
    Rusteloosheid en overbeweeglijkheid
    mogelijk ook bij: tardieve dyskinesie
    Algemeen
    Naar de werking van deze middelen bij mensen met autisme is nog geen onderzoek gedaan. Beta-blokkers worden gebruikt, omdat is gebleken dat ze een aantal gedragsproblemen bij mensen met andere contactstoornissen dan autisme, kunnen verminderen. Over het algemeen worden beta-blokkers gebruikt om de bloeddruk te verlagen en soms tegen examenvrees. De meest gebruikte beta-blokker bij autisme is Propanololxae.

    Bijwerkingen
    De bijwerkingen die kunnen voorkomen, komen slechts tijdelijk voor en zijn afhankelijk van de dosis. Bekend zijn: astma-aanvallen (bij gevoeligheid ervoor), bloeddrukdaling, duizeligheid, vermoeidheid, verminderde concentratie, maagdarmklachten, verminderde reactiesnelheid, hoofdpijn en prikkelbaarheid. De werking van beta-blokkers neemt bij sommige kinderen al na een vrij korte periode van gebruik af.

    Clonidine
    Kan worden voorgeschreven bij:

    Druk of impulsief gedrag
    Slaapproblemen
    Concentratieproblemen
    Overgevoeligheid voor prikkels van buitenaf (oa. geluid)
    Stoornissen in fijne bewegingen (mogelijk ook bij tardieve dyskinesie)
    Tics
    Algemeen
    Clonidine wordt over het algemeen gebruikt bij verhoogde bloeddruk, migraine en bij vrouwen in de overgang ter voorkoming van opvliegers. Clonidine bexefnvloedt de werking van de chemische boodschapper noradrenaline. Noradrenaline op zijn beurt bexefnvloedt weer andere chemische boodschappers, zoals dopamine en serotonine. Pas na enkele weken begint Clonidine te werken. Indien wordt besloten te stoppen met Clonidine is uitsluipen belangrijk. Clonidine wordt onder meer voorgeschreven onder de namen Dixaritxae en Catapresanxae.

    Bijwerkingen
    Clonidine lijkt minder bijwerkingen te veroorzaken dan andere medicijnen die voorgeschreven kunnen worden, zoals antipsychotica. Waargenomen bijwerkingen zijn: sufheid, duizeligheid, droge mond, vermoeidheid, verminderde concentratie en vertraagde hartslag. Na langdurig gebruik worden sommige kinderen minder gevoelig voor Clonidine.

    7.5 Overige groepen medicijnen
    De groepen medicijnen die hier worden behandeld, worden zelden voorgeschreven bij autisme. Dit komt omdat er weinig bewijs is voor de werking van deze medicijnen bij autisme of omdat de bewijzen tegenstrijdig zijn.

    Vitamine B6 en magnesium
    Kan worden voorgeschreven bij:

    Verbetering van het gehele gedrag, met name verbetering van communicatie en omgang met anderen.
    Algemeen
    Vitamine B6 is van belang bij de aanmaak van veel chemische boodschappers. Vermoed wordt dat door toediening van een hoge dosis vitamine B6, de aanmaak van deze boodschappers verbetert. Daardoor zou het gehele gedrag van mensen met autisme kunnen verbeteren. Magnesium wordt hierbij gegeven om te voorkomen dat er een tekort ontstaat aan andere soorten vitamine B. De meningen over de werking van vitamine B6 verschillen sterk: ze lopen uiteen van zeer goede werking tot totaal geen effect.

    Bijwerkingen
    Vitamine B6 leidt tijdens gebruik tot een verminderde werking van het anti-epilepticum Fenytoxefnexae. Overige bijwerkingen zijn misselijkheid, prikkelbaarheid en slaapproblemen, maar deze komen slechts zelden voor. Na afloop van het gebruik van deze medicijnen is er een verhoogde kans op epileptische aanvallen. Dit is een soort ontwenningsverschijnsel. Het lichaam moet zich weer aanpassen aan een lagere hoeveelheid vitamine B6.

    Methylfenidaat
    Kan bij hoge uitzondering bij mensen met autisme worden voorgeschreven bij:

    Concentratieproblemen
    Overactiviteit
    Impulsief gedrag
    Onbedwingbare agressie
    Algemeen
    Methylfenidaat is een amfetamine en wordt over het algemeen gebruikt als ‘pep-middel’. Bij sommige mensen met autisme blijkt methylfenidaat bovengenoemde (gedrags)problemen te kunnen verminderen, zonder veel bijwerkingen te veroorzaken. Het medicijn wordt echter weinig en met grote voorzichtigheid gebruikt, omdat autistisch gedrag er ook door verergerd kan worden. Methylfenidaat wordt voorgeschreven onder de naam Ritalinxae.

    Bijwerkingen
    Methylfenidaat kan leiden tot slapeloosheid en eetproblemen. Soms kan de kans op epileptische aanvallen door dit medicijn toenemen. Wanneer dit het geval is, is het raadzaam om met de behandeling te stoppen.

    Benzodiazepines (kalmerende middelen)
    Kan worden voorgeschreven bij:

    Slaapproblemen
    Angst en angstige verwardheid
    Epileptische aanvallen
    Algemeen
    Deze middelen worden bij autisme voor hetzelfde gebruikt als waarvoor ze oorspronkelijk bedoeld zijn. De werking van deze medicijnen bij kinderen is tot nu toe weinig onderzocht. Benzodiazepines worden niet veel voorgeschreven bij mensen met autisme, vanwege het paradoxale effect dat ze kunnen hebben. Dit betekent dat sommige autistische kinderen in plaats van rustig te worden, juist overactief worden. Wanneer ze toch voorgeschreven worden, gebeurt dit in goed overleg tussen arts en ouders. Bekende benzodiazepines zijn Valiumxae, Serestaxae en Lorametxae.

    Bijwerkingen
    Bijwerkingen van benzodiazepines zijn verwardheid en sufheid.
    8. Samenvatting
    Duidelijk is dat er tegen autisme nog geen medicijnen zijn. De medicijnen die gebruikt worden bij autisme of verwante contactstoornissen, dienen om (gedrags)problemen te verminderen. Deze medicijnen kunnen er toe leiden dat het contact tussen het kind en zijn omgeving verbetert. Bovendien kan het kind zich hierdoor soms beter ontwikkelen.

    Het is belangrijk dat er overleg plaatsvindt met de behandelend arts. Hierna besluit u als ouder of uw kind wel of niet medicijnen gaat gebruiken. Het overzicht “Medicijnen gebruikt voor problemen bij autisme” kunt u gebruiken als leidraad. Hierbij moet u eraan denken dat het gebruik van medicijnen verbetering kan geven, maar ook vervelende bijwerkingen kan hebben. De bijwerkingen komen echter niet vaak voor. Indien er wel bijwerkingen optreden, zijn ze meestal mild.

    Wanneer u besloten heeft uw kind medicijnen te geven, is het belangrijk dat u let op het gedrag van uw kind. Het is mogelijk dat u, in het gedrag van uw kind, ongewenste veranderingen ziet. Het is dan verstandig zo snel mogelijk contact op te nemen met de arts. Na overleg kan de huidige behandeling eventueel worden aangepast of gestopt.

    Tot slot is het goed dat u zich nogmaals realiseert dat ondanks de kans op bijwerkingen, medicijnen verbetering kunnen geven bij autisme.

  6. En bedankt he!!! Gooi jij ff goedbedoeld mijn log vol!!! Nu slaapt niet alleen Emiel niet meer, maar wij ook niet!!! ๐Ÿ˜‰
    Maarre..bedankt, Guido en Jolanda ๐Ÿ˜€

  7. Hallo Jolanda! Ik kwam even kijken hoe ’t gaat. Ik hoop dat er snel een oplossing gevonden wordt en jullie allemaal een beetje rust krijgen! We denken aan jullie,
    Liefs,
    Nicky

  8. Jolanda, Sanne heeft ook veel slaapproblemen, waarbij b.v. Ritalin toen zij dat nog slikte de problemen nog eens versterkte. Zelfs met Clonidine die een gunstig effect hebben op de slaap wilde het niet lukken. Zoals jij schrijft in de zomer is het veel moeilijker dan in de winter. Het is dan ook heel simpel, veel langer licht etc.

    In overleg met de psych krijgt Sanne af en toe een kuurtje Clonidine. Clonidine is een herseneigen stof dat er voor zorgt dat je in slaap valt.
    Melatonine 1 mg (de lichtste dosering) is vrij zonder recept verkrijgbaar, ik vraag overigens wel altijd een recept, omdat sommige maatschappijen dan geneigd zijn te vergoeden. Ook met recept wordt dit niet vergoed, maar het kost dan ook maar 8 euro voor een maand.

    als ik jouw verhaal beluister dan zal hij niet gebaat zijn bij 1 mg maar heeft hij meer nodig en dat is he handigste in overleg met de arts.

    Sanne krijgt nu sinds een week ook weer tabletten van me, anders slaapt ze pas rond 23.00 uur en dat vind ik te laat voor een 8-jarige.
    Ik merk al duidelijk het verschil, ze slaapt beter en langer en is zit daardoor veel beter in haar vel. Geen strijd meer ’s morgens met opstaan, aankleden etc.

    Dus het is zeker de moeite van het overwegen en bespreken waard!

    sterkte meid knuf Har

  9. ik heb voorgaande stuk niet helemaal gelezen maar hier hebben twee clkineten met adhd erg veel baad bij een nieuw medicijn (dit hjaar op ned markt helaas niet vergoed) grote voordeel het is geen drugs want daar valt het meeste wel onder ik zal noig even de naam op zoeken, krijg het niet ion mijn hoofd
    fijn dat er beter naar gekeken wordt. En raar van de school hoor, wat doen ze als de moeders niet thuis zijn om ze op te halen?”???

  10. Pfff… weet niet zo goed wat ik zeggen moet… Hopelijk komt er snel een goede oplossing (behandeling?) waardoor jullie allemaal rustiger worden.
    Heel veel sterkte en ik denk aan je! (Alsof je daar iets mee opschiet… Nou ja, het is in ieder geval goed bedoeld!)

  11. Marga says:

    Mijn zoontje (inmiddels 10 jaar) is toen hij anderhalf was door de huisarts doorverwezen naar de Riagg vanwege zijn gedrag. Daar heb ik tot zijn vierde gelopen. Hij is onderzocht door een psycholoog en een psychiater en eigenlijk kwam er helemaal niets uit. Hij was verschrikkelijk druk, agressief en je kon geen contact met hem krijgen. Toen hij een jaar of vijf was ben ik met hem naar een klassieke homeopaat geweest. Het klinkt een beetje vaag maar die man ging met een soort wichelroede langs zijn lichaam en somde vervolgens allemaal dingen op waar hij last van had (ik had hem van te voren niets verteld over mijn mannetje). Toen is hij hem gaan behandelen met homeopatische medicijnen en ik heb mijn kind 180 graden zien veranderen. het is nog steeds geen rustig kind maar hij is gewoon druk zoals ieder kind druk kan zijn. Hij valt ’s avonds gewoon in slaap (die van mij viel ook niet in slaap). Het gaat hartstikke goed op school. Na ongeveer anderhalf jaar was de behandeling klaar. Hij hoefde niet meer te komen en, heel belangrijk, ook geen medicijnen meer te slikken. Het heeft me goudgeld gekost (kreeg vrij weinig vergoed van het ziekenfonds) maar het is me elke cent waard geweest. Als je meer informatie wilt moet je me maar even mailen.

Een reactie is fijn! Daar kan ik wat mee :)